Airco werd tot voor kort gezien als een luxevoorziening. Eerst in auto’s, later in huis. Maar zoals een airco in de auto inmiddels volledig is ingeburgerd (een nieuwe auto zonder airco is nauwelijks meer te koop), volgt om dezelfde redenen de (vaste of mobiele) airco in huis. In de auto weten we het al lang: airco zorgt voor een prettiger binnenklimaat. Je houdt de autorit langer vol, het is minder vermoeiend, je krijgt geen hoofdpijn van de hitte.
Om soortgelijke redenen kun je in een airco voor in huis of op je werkplek investeren. Een ruimte zonder airco is ‘s ochtends nog koel, warmt dan gedurende de ochtend en het begin van de middag langzaam maar zeker op. Halverwege de middag is het vaak al oncomfortabel warm. Dat effect wordt versterkt als je in een ruimte met veel ramen of onder een plat dak of op een zolderverdieping woont of werkt. Mensen zijn niet gebouwd op grote temperatuurschommelingen. Als we hiermee worden geconfronteerd gaat ons concentratievermogen omlaag, maken we fouten en hebben we geen zin meer om iets te doen. Ook in winkels en op veel kantoren weet men dit al lang. Goede klimaatbeheersing zorgt voor productiviteit. Consumenten blijven langer in een winkel met airconditioning en kopen er meer. In commerciële omgevingen is airco dus eigenlijk onmisbaar.